MAARSSEN, 11 november – De Orde heeft op 31 oktober in Den Haag weer deelgenomen aan bij de Dag van de Tolkdienstverlening. Een inspirerende dag met een vol programma, mooie sprekers en interactieve breakoutsessies. Een dag ook waar duidelijk werd dat alle betrokkenen een aantal doelen delen. Was het dan alleen maar hosanna?
Kwaliteit als gemeenschappelijk belang
Aan het begin van de dag zette zowel de dagvoorzitter als de gastheer, het ministerie van Justitie en Veiligheid, de lijnen uit: het kernwoord is samenwerking: laten we onderkennen dat we soms verschillende belangen hebben, maar proberen daar de waarde van in te zien. En als je stuit op iemand met wie je het totaal niet eens bent, probeer dan te denken ‘Héé, zo kun je het ook bekijken, wat interessant’. Vooral omdat we, aldus de sprekers, uiteindelijk toch één en hetzelfde belang delen: namelijk ‘kwaliteit van de tolkdienstverlening voor de rechtsstaat’.
Kanttekening daarbij is wel dat nog altijd niet vaststaat wát nu kwaliteit is. Het ministerie, de bemiddelaars, de afnemers en de tolken en vertalers verstaan zeker niet altijd hetzelfde onder dit begrip. Wat bedoelen we als we allemaal in koor roepen dat het ‘om de kwaliteit gaat’?
Cijfers
Na kort stilgestaan te hebben bij de essentiële rol die Kamerlid Michiel van Nispen de afgelopen jaren heeft gespeeld voor tolken en vertalers, gingen we snel door naar een presentatie van de cijfers betreffende de inkoop van tolkdiensten voor de jaren 2015, 2023, 2024, en de voorlopige cijfers en prognose voor het jaar 2025.
Wat wij uit deze cijfers hebben kunnen distilleren, is dat de kosten voor de tolkdiensten in 2024 ten opzichte van 2015 bijna zijn verdubbeld. Verschillende factoren hebben tot deze stijging geleid, maar het is hoe dan ook een schrikbarende stijging.
Wat ons ook opviel, is dat er in het jaar 2024 een stijging is geweest van maar liefst 15 euro van de gemiddelde kosten per tolkuur (inclusief reiskosten). De enige twee contracten die voor deze stijging hebben gezorgd, moeten de nieuw aanbestede contracten zijn die zijn ingegaan per februari 2024, namelijk OM en CVOM, met eventueel de jaarlijkse indexering van de tarieven erbovenop.
De reiskilometers zijn in het jaar 2024 explosief gestegen (41,92%, rekening houdend met het feit dat de eerder genoemde aanbestedingscontracten aan het geheel zijn toegevoegd). Het ministerie is bij de prognose voor het jaar 2025 uitgegaan van een daling van 27,26%.
De vertegenwoordigers van de Orde vroegen wederom om uitgesplitste cijfers; we kregen daarbij tot ons genoegen ook steun vanuit bepaalde hoeken van de afnemers. Het ministerie heeft toegezegd dat er in de Kamerbrief over de monitoring, die in het eerste kwartaal van 2026 wordt gepubliceerd, per taal uitgesplitste cijfers gepresenteerd zullen worden.
Het ministerie werkt met de termen leverzekerheid en levernauwkeurigheid. Dit zijn KPI’s, waar de bemiddelaars aan moeten voldoen. Leverzekerheid betekent, eenvoudig gezegd, dat er in elk geval een tolk wordt geleverd. Levernauwkeurigheid betekent dat die tolk ook van het door de afnemer gevraagde niveau is (dus bijvoorbeeld C1 of B2).
Opmerkelijk is dat we te horen kregen dat als er eerst een opdracht wordt uitgezet voor een persoonlijke tolkdienst bij een rechtszitting, maar het de bemiddelaar niet lukt daar een tolk voor te vinden, en de aanvraag vervolgens wordt omgezet in een telefonische dienst (iets wat al onze collega-tolken vaak zien gebeuren), dit de levernauwkeurigheid niet vermindert (mits de tolk die de opdracht uiteindelijk telefonisch uitvoert wel van het gevraagde niveau is). Opmerkelijk, omdat wij van mening zijn dat je als tolk telefonisch bij een rechtszitting echt geen kwaliteit kunt leveren (en wij zijn er om die reden dan ook mordicus tegen).
Blijft ons vak aantrekkelijk?
Onze collega Onur Öner heeft een belangrijk onderwerp behandeld in zijn presentatie, namelijk ‘De aantrekkelijkheid van het vak’, bekeken vanuit het perspectief van de tolk. Hij sprak over het aantrekkelijk houden van het vak voor de huidige (vergrijzende) tolken maar vooral over het enthousiasmeren van een volgende generatie collega’s. Wie wil dit vak nog uitoefenen en wat moet er gebeuren om het aantrekkelijk te maken of te houden? Hij ging in op het donkere wolk die AI over ons vak laat hangen, op de waardering die tolken en vertalers soms missen, maar vooral op het ontbreken van een degelijke vakopleiding. Zijn voorstel om een opleidingsinstituut op te richten, (mede)gefinancierd door de overheid, werd met enthousiasme ontvangen door de partijen, in het bijzonder door de aanwezige tolken en vertalers. Ook kwam hij met het idee dat bijna gepensioneerde medewerkers van bijvoorbeeld de politie of de IND jaarlijkse opfriscursussen voor tolken zouden kunnen geven. Ook werden omgekeerde informatiesessies voorgesteld: tolken die aan afnemers vertellen hoe ze met tolken zouden moeten werken.
Uit reacties uit de zaal bleek overigens wel een duidelijk verschil tussen enerzijds de afnemers en bemiddelingsbureaus en anderzijds de tolk- en vertaalsector als het gaat om de inzet van AI. Waar wij onszelf toch echt als onvervangbaar zien, heerst bij diverse afnemers de overtuiging dat voor een deel van het werk (zowel vertalen als tolken) AI kan worden ingezet.
Duidelijk is wel dat we over het onderwerp AI nog lang niet zijn uitgepraat.
Frank Alfrink van ZZP Nederland gaf een nuttige presentatie met een update over de wet DBA (het thema schijnzelfstandigheid), en vertegenwoordigers van verschillende partijen gaven samen een presentatie over de uitdagingen in de tolkdienstverlening. Leuk, interactief en in sommige gevallen ook inzichtgevend. Dank hiervoor aan Ammerins Moss-de Boer (NGTV), Ron de Haas (Nationale Politie) en Michael Hoogendorp (Acolad). Er zijn belangrijke onderwerpen besproken, en iedere vertegenwoordiger heeft kunnen uitleggen waar hij/zij tegenaan loopt. Het uitwisselen van ervaringen gaat hopelijk leiden tot meer begrip voor elkaars positie en vooral tot maatregelen die het werk van iedereen makkelijker en plezieriger gaan maken.
Onze (on)veiligheid
Ook was er een presentatie van collega Ani Getcheva samen met Denise Tomeij van het bureau Wbtv over het thema ‘gedrag van tolken op social media’ en in wat bredere zin de veiligheid.
Daarna konden we in breakoutsessies nog dieper op dit onderwerp ingaan. Is het bijvoorbeeld verstandig om op je socials een foto van een rechtszaal te posten met de mededeling dat je daar vandaag aan het werk bent? Verminder je risico’s als je als tolk of vertaler een bedrijfsaccount en een privé-account aanmaakt? Helpt het gebruik van een fluisterset (en dus fysiek afstand houden van degene voor wie je aan het tolken bent) om je veiliger te voelen? Moeten we van te voren meer informatie krijgen over de zaak waar we in gaan tolken of juist niet? Moeten gerechtstolken dezelfde fysieke beschermingsmaatregelen krijgen als rechters en officieren van justitie? De meningen onder de deelnemers liepen uiteen.
De vertegenwoordigers van de Orde hebben verschillende keren benadrukt dat de veiligheid van tolken en vertalers in het geding is, omdat de oproeping van de tolk met heel gevoelige persoonsgegevens aan het dossier wordt toegevoegd, en omdat de vertalers documenten moeten stempelen met hun naam – zelfs in high-profile zaken.
De algemene sfeer was voor ons bemoedigend en hoopgevend. We hopen dat de geopperde ideeën meegenomen worden in het beleid van de komende jaren. De Orde van Registertolken en -vertalers blijft zich onvermoeibaar inzetten voor onze belangen en wil graag bijdragen aan een duurzame oplossing voor de uitdagingen van nu en van morgen.